Afdrukken

Modelvliegsport

Voor diegenen die er enkele jaren mee bezig zijn is het de hobby van hun leven.
Dat het een hobby is die altijd kan rekenen op een grote en brede publieke belangstelling is wel bij een ieder bekend. Dat het tevens een hobby is waar nogal wat meer bij komt kijken dan "dat doe ik wel even" is bij veel minder mensen bekend. Dit is daarom speciaal geschreven voor die mensen die van plan zijn om te beginnen met de modelvliegsport. Het is geschreven om de onervaren beginners op een duidelijke manier op weg te helpen.

Bouwen en Vliegen

Eigenlijk dekt de naam Modelvliegen niet helemaal de lading. Er zit immers ook nog een onderdeel bouwen aan vast. Deze twee onderwerpen zullen beide uitvoerig besproken worden. Je zult ook diverse tips tegenkomen.
Maak daar in ieder geval gebruik van. Door de jaren heen zijn de adviezen en tips door en door beproefd.

Modelvliegclubs

In Nederland zijn er vele Modelvliegclubs die op daarvoor bestemde velden of banen vliegen met modelvliegtuigen. RMVC CUMULUS is een van deze clubs.
Om direct een groot misverstand uit de wereld te helpen, modelvliegen met motorvliegtuigen is in Nederland verboden. Het mag alleen als het plaats vind op een daartoe aangewezen terrein. Daar bij komt dat zo’n terrein altijd gekoppeld is aan een club of vereniging. Dus je ontkomt er niet aan om lid te worden van een modelvliegclub. Alle andere mensen die niet in club verband op een aangewezen veld vliegen vallen onder de categorie "wildvliegers". Voor het vliegen met motorvliegtuigen is de Milieuwetgeving van toepassing. Modelvliegclubs hebben dan ook altijd een vergunning om te vliegen. Wildvliegers hebben die niet en zijn dan ook strafbaar. Nog los van dit gegeven is er naar mijn mening een nog veel belangrijker probleem aan de orde. Bij een club leer je gratis onder leiding van een ervaren instructeur vliegen met jouw modelvliegtuig. Je wordt dan opgeleid tot solo vlieger en je kunt bij de club examen doen voor het verplichte Brevet.

Eens proberen?

Ik kan mij voorstellen dat je eigenlijk eerst wel eens zou willen proberen om met zo’n modelvliegtuig te vliegen zonder dat je al een model hebt gekocht.
Kom dan eens langs bij RMVC CUMULUS en stel gerust eens de vraag "Mag ik het eens proberen?" aan de aanwezige vliegers. Er zal altijd wel iemand bereid zijn om je eens een keer te laten proeven aan de adrenaline stoot van je eerste vlucht.
Het zal een hele ervaring worden, dat kan ik je nu al beloven. Of je daarna door wil gaan met de hobby is aan jou om te beslissen.


Is het moeilijk?

Deze vraag wordt door beginners maar zelden gesteld.
De ervaring leert echter dat deze vraag met een volmondig "Ja" beantwoord kan worden. Leek het vanaf de kant nog eenvoudig om zo’n vliegtuig te besturen, na de eerste vlucht denken de meesten er al anders over. Maak beslist niet de vergissing dat het te vergelijken is met op afstand bestuurbare auto’s. Oké, die moet je ook besturen, maar die donderen niet met 100 kilometer per uur naar beneden als je iets fout doet. Ook moet je met een vliegtuig niet alleen links en rechts sturen, maar ook nog eens hoog en laag. En even stoppen onderweg is er ook niet bij.
En daar zit het hem nu juist in. Als je solo wil vliegen, moet je in staat zijn het model te allen tijde onder controle te houden. Dus ook landen op de plek die jij uitkiest.
Valt de motor uit, dan is de ervaren vlieger in staat om het vliegtuig veilig te landen.
Niet minder belangrijk is, dat zo’n modelvliegtuig gemaakt is van heel licht materiaal en dus snel kapot kan gaan. Als je onder leiding van een ervaren instructeur stapje voor stapje het vliegen gaat leren, zal de kans op brokken uiterst minimaal zijn.
Natuurlijk leert de een het sneller als de ander. Je moet er toch rekening mee houden dat je minimaal toch wel zo’n 20 lessen nodig zal hebben om de basis beginselen te leren. Als je het toestel voldoende beheerst kun je voor het brevet gaan vliegen. De lessen het brevet vliegen zijn bij RMVC CUMULUS gratis als je lid bent.

Wat kost het? (Niet geheel onbelangrijk)
Hier een beknopt overzicht van de diverse benodigdheden om met een motor vliegtuig te gaan beginnen:

Bouwpakket van het vliegtuig                                €100 á € 160
Een motor                                                              €100 á € 120
De zender ,ontvanger en servos                            €140 á €250
Een lader voor de accu’s                                       €20 á € 80
In geval van een verbrandings motor een koffer
met pomp,brandstoftank, een startaccu een meer
kleine dingen voor het afstellen                             €40 á €60
Totaal gemiddeld                                                    €500

Let wel, het merendeel van deze kosten is een eenmalige investering: de motor, zenderset en acculader kunt U voor al uw vliegtuigen gebruiken. Deze items gaan gemiddeld 10 jaar mee.

Je eerste modelvliegtuig

Je hebt natuurlijk al rond gekeken bij de club en alle modelvliegtuigen uitvoerig bekeken. Een groot scala aan modelvliegtuigen. De een nog mooier als de ander.
Van snelle flitsende modellen tot prachtig nagebouwde oorlogsvliegtuigen.
Er stonden ook wel een paar van die lelijke kisten tussen met zo’n grote geknikte vleugel op een romp die de vorm van een doos had. Misschien nou niet een model waar je mee zou willen beginnen. Ik kan het mij helemaal voorstellen. Toch moet ik je teleurstellen. Juist die modellen zijn voor jou uitermate geschikt om het vliegen en het bouwen te leren. Hierna worden een aantal modellen genoemd die de afgelopen jaren bewezen hebben dat ze uitermate geschikt zijn om als beginnerstoestel dienst te doen.

* de Calmato van Kyosho
* de Charter ARF van Robbe (kan ook nog de bouwdoos zijn voor de liefhebbers)

Wat zijn de kenmerken van een goed beginnersmodel?

* eenvoudige constructie
* eenvoudig te repareren
* stevige constructie
* gemoedelijke vliegeigenschappen
* geen grote motoren
* lage kosten
* duidelijke tekening/handleiding aanwezig

Ondanks dat deze vliegtuigen niet altijd jou eerste voorkeur zullen hebben raad ik het toch aan. Dit zijn nou vliegtuigen die een gemaakte fout niet genadeloos afstraffen. Ze zijn zo ontwikkeld dat ze, mits goed gebouwd, altijd keurig recht vliegen. Als de motor uitvalt, zweven ze nog een hele tijd door. Neem maar aan dat het niet leuk is om elke keer weer een kapot vliegtuig mee naar huis te moeten nemen. De tijd voor die mooie en snelle vliegtuigen komt heus wel. Alleen nu nog even niet. De beginnersmodellen zijn te koop als bouwdoos en zijn met gewoon gereedschap in elkaar te zetten. Alle houten onderdelen zijn meestal kant en klaar.


Je eerste kist bouwen of kant en klaar kopen?.

Wie wil vliegen, moet eerst een modelvliegtuig kopen. Ik haalde het al eerder aan dat er tegenwoordig twee mogelijkheden zijn. Ten eerste de bouwdozen die jezelf nog helemaal in elkaar moet zetten en de voorgebouwde modellen, de zogenaamde "Almost ready to fly", kortweg A.R.F. De eerste groep heb ik hiervoor beschreven.
De tweede groep, de kant en klare modellen zijn wat minder geschikt omdat de constructie vaak wat lichter is en dus minder sterk en omdat er vaak geen tekening bij zit. De tekening is onontbeerlijk als je vliegtuig onverhoopt toch eens een keer kapot gaat. Ook leer je met een A.R.F. kist niet leert hoe je een vliegtuig moet bouwen. Tenslotte is er ook nog een mogelijkheid om een tweedehands model te kopen. Ik raad iedereen aan om daar voorzichtig mee te zijn. Je weet immers nooit wat er in het verleden met dat toestel gebeurd is. Ben je dit al wel van plan, informeer dan eerst eens bij de club. Of probeer het model, voor je het koopt, te laten inspecteren door een ervaren modelvlieger bij de club. Dit kost niets en kan een hoop ellende voorkomen. Het is zo verschrikkelijk jammer als een nieuw lid vol trots zijn eerste "kistje" op het veld zet en dat het dan, helaas, afgekeurd wordt. Het kan er op het oog goed uitzien maar de kenner kijkt verder en zal eventuele gebreken snel opsporen. In het ergste geval blijkt het, terwijl je dacht dat je een goedkoop tweedehands model had gekocht, een miskoop te zijn.

Brandstof of Electro?

Het is ook heel belangrijk dat je voor jezelf bepaalt met welke soort aandrijving je wil gaan vliegen. Het werkt namelijk nogal kostenverhogend als je zowel elektro als brandstof wil vliegen.
Sinds enkele jaren is er veel vooruitgang geboekt met elektro motoren en accus. De nieuwste generaties borstelloze elektro motoren en LiPo accus, leveren zoveel vermogen bij een laag gewicht dat dit een heel goed alternatief is voor een brandstof motor.

Er zitten een aantal specifieke voordelen aan elektro:

Je toestel wordt niet vies van de olie.
Lage geluidsproductie, geen demper nodig.
Je hebt minder attributen nodig zoals een gloei accu, brandstof pomp, start accu , startmotor.
Je elektromotor is niet gevoelig voor temperatuur en luchtvochtigheid, en presteert daardoor constanter.
Met elektro-aandrijving ben je vrijer in de plaatsing van je motor of motoren, da’s handig bij exotische of experimentele modellen.
Elektromotoren geven heel weinig vibratie, zodat je met lichtere constructies en materialen kan werken.
Elektromodellen kunnen dermate klein en licht worden gebouwd, dat ze veilig in een parkje of zelfs in een gymzaal kunnen vliegen.

Nadelen:

Je hebt een goede acculader nodig, zodat je je LiPo accu’s snel en correct kunt laden, liefst ook op het veld vanuit je autoaccu.
Als je echt grote vermogens wil dan gaan je accukosten flink oplopen.

Beginnen met elektro kan het best met een niet te klein schuimmodel; diverse fabrikanten hebben in hun productrange een aantal toestellen van piepschuim of andere lichtgewicht kunststoffen. Reparatie van dergelijke toestellen is lekker simpel. Kies iets met een spanwijdte van 1,20m tot 1,60m, liefst een zwever met een beetje V-stelling. Deze toestellen zijn goedkoop en vliegen uitstekend, mits ze goed worden gemotoriseerd. De soms meegeleverde standaard motors en accu’s zijn vaak onder de maat of te zwaar van gewicht. Beter is het om het model meteen te motoriseren met een goedkope borstelloze motor en te voeden met de moderne lichtgewicht LiPo accu’s. Met een goede aandrijving zal zo’n toestel 20 tot 40 minuten kunnen vliegen per acculading. Veel vliegen en weinig gedoe dus. De elektro vliegers bij Cumulus zullen je graag van advies dienen.
Maar als je houdt van het fraaie geluid van een brandstofaandrijving, en de geur van brandstof en olie, dan raad ik je aan om verder te lezen.
De rest van deze pagina gaat namelijk wat dieper in op de bouw van brandstoftoestellen.


Bouwen

Nou eigenlijk nog niet helemaal. Er zijn eigenlijk nog een aantal dingen van belang die je moet weten voordat je begint te bouwen. Het is namelijk niet alleen een kwestie van in elkaar plakken van alle onderdelen. Er komt wel wat meer bij kijken om een model te bouwen dat ook nog goed vliegt. De geringste afwijking of bouwfout lijdt tot grote problemen.

Ik zal in enkele stappen de bouw doornemen.
De bouw van een vliegtuig kun je verdelen in drie hoofdgroepen:

* de vleugel
* de romp
* staartvlak

Het is ook verstandig om te beginnen met de bouw van de vleugel, daarna de romp en daarna het staartvlak. Met name de volgorde van vleugel en romp is belangrijk.
Je kunt namelijk later een vleugel moeilijk of niet meer aanpassen aan de romp, maar wel andersom. Het klinkt misschien kinderachtig maar alle gebouwde onderdelen moeten recht gebouwd zijn. Zorg voor de bouw altijd voor een 100% vlakke ondergrond op de bouwtafel. Leg de de bouwtekening op die plaat en zet die vast. Controleer nogmaals of alles vlak is.
Leg een stuk huishoudfolie over de tekening, zodat later niets aan de tekening vast kan plakken.Als dit allemaal klaar is, leg je alle onderdelen op de tekening uit, precies volgens de tekening. Let op, nog niets vastplakken. Zorg er eerst voor dat alles passend is gemaakt. Een vleugel wordt meestal in twee delen gebouwd en moet later aan elkaar gezet worden. Volg precies de aanwijzingen in de bouwbeschrijving die bij de bouwdoos zit. Wijk daar absoluut niet van af.
Zorg ervoor dat onderdelen die in elkaar geschoven worden makkelijk in elkaar schuiven en bijvoorbeeld niet scheef trekken. Dit soort dingen kunnen later voor spanning in de vleugel zorgen, waardoor de vleugel krom trekt of zelfs kan breken tijdens een vlucht. Door het hart van de vleugel, net iets voor het midden, moet een lat ingebouwd worden. Dit noemt men een ligger van de vleugel. Dit is eigenlijk de drager van de vleugel. Controleer of deze lat absoluut recht is. Is dit niet het geval, vervang deze dan door een goed exemplaar. Op deze ligger worden de ribben geplaatst. Mocht het zo zijn dat alles op een kromme ligger wordt gebouwd, dan wordt de rest van de vleugel ook krom gebouwd. Kijk uit dus. Klopt alles nu, dan kan alles in elkaar gelijmd worden.


Lijmsoorten

Er zijn meerdere lijmsoorten geschikt om te gebruiken. De meest gebruikte soorten zijn:

* witte houtlijm
* secondenlijm
* epoxy lijm

Let er wel op dat de secondenlijm letterlijk binnen een paar seconden "alles" vast plakt. Secondenlijm is in drie soorten verkrijgbaar, namelijk dun, middel en dik.
Hoe dunner de lijm, des te sneller het plakt. Met bijvoorbeeld dikke secondenlijm heb je ongeveer 10 seconden tijd om een onderdeel op zijn plaats te zetten.
Bij de dunne versie plakt het direct vast en kun je niet meer corrigeren.

Bij witte houtlijm moeten de gelijmde delen vastgezet worden tijdens het uitharden.

Epoxy lijm (twee componenten) wordt gebruikt voor moeilijk te verlijmen onderdelen, en op die plaatsen waar veel krachten op komen tijdens het vliegen.
Een voorbeeld hiervan is de plaats waar de twee vleugelhelften aan elkaar worden gezet, en het motorspant waar de motor aan vast komt te zitten.

De romp bouwen vindt plaats op dezelfde wijze als bij de vleugel. Als tip geef ik dat het verstandig is om de "hartlijn" van de romp precies in het midden van de romp te houden. Doe je dit niet dan zal de romp scheef in elkaar komen te zitten.
Spanten moeten recht in de romp gebouwd worden, anders trekt alles scheef.
Verander niets aan de romp, omdat hierdoor later afwijkingen kunnen optreden.
Controleer dus regelmatig alles met de bouwtekening. Let op: Laat de bovenkant van de romp open. De kabels voor de besturing moeten ingebouwd worden.
Plak je het gelijk dicht dan kun je er niet meer bij.

Voor het staartvlak geldt wederom het zelfde als bij de vleugel en de romp.
Zorg dat alles recht gebouwd wordt.
Plak het kielvlak (rechtop staande stuk) en stabilo (vlakke stuk) nog niet aan elkaar.

Nu is het tijd om de stuurstangen door de openingen in de romp aan te brengen.
Zorg dat ze over de hele lengte goed vast zitten. Knip de binnen stangen nog niet op lengte af, dat komt later wel.

Als je nu al deze onderdelen hebt gemaakt, neem dan alles mee naar de club en laat het inspecteren door een ervaren bouwer. Eventuele bouwfoutjes kunnen nu nog worden hersteld.

Dus voor een inspectie moet je nog niets bekleden.
Bied de onderdelen los voor inspectie aan.
Dus ook de vleugel nog niet in elkaar lijmen.

Na deze inspectie en het herstellen van foutjes kunnen de onderdelen in elkaar gezet worden. Ook hier kan een hoop mis gaan. Wanneer je een aantal kernpunten in de gaten houdt, die ik zo zal bespreken, moet het lukken.

De vleugel samenstellen moet precies volgens tekening en bouwbeschrijving gebeuren.

Voor het monteren van het kielvlak en stabilo op de romp,
is het belangrijk dat daarvoor de vleugel eerst geplaatst wordt op de romp.
De vleugel goed vast zetten. Hierna het stabilo uitrichten ten opzichte van de vleugel.
De hoek tussen het kielvlak en het stabilo moet exact 90 graden zijn.

Het uitrichten van het stabilo houdt in dat de afstand van de tip van de vleugel
tot de hoek van het stabilo aan beide zijden gelijk is.

Bij het samenvoegen van de twee vleugelhelften gebruik maken van epoxy lijm.
Bij voorkeur een soort dat in 24 uur uithardt.
Daarna een ongeveer 10 centimeter brede strook glasmat (80 grams mat),
met epoxy lijm om de vleugel aanzetting lijmen aan de boven en onderzijde.
Op deze wijze wordt de plaats waar de twee helften samengeplakt zijn veel sterker.
Je voorkomt er in ieder geval mee dat de twee helften tijdens het vliegen een keer omhoog klappen en het model neerstort.

Nu je toch bezig bent met epoxy lijm en glasmat, plak dan ook een stuk mat achter het motorspant, daar waar het spant aan de zijkanten van de romp vastgeplakt is.

Uiteraard kun je nu ook de achterzijde van de romp dichtmaken.
Laat de voorkant nog open, want de tank en de motor moeten nog ingebouwd worden.
Dus wacht nog even met bekleden.


De Motor

Het zal vooral in het begin erg moeilijk zijn een passende goede motor te vinden.
Er zijn heel wat soorten en merken in de handel. De prijzen kunnen nogal verschillen. De kwaliteit echter ook. Verder kan er ook nogal veel verschil in de prestaties zitten.

Voor een beginners model, zoals de Calmato is een 6,5/7,5 cc cc 2-takt motor toereikend. Het maakt alleen wel een verschil welk merk en type motor je koopt.
Uiteraard is er binnen de club al een ruime ervaring aanwezig met betrekking tot de gangbare motoren.
De 6,5 of 7,5 cc motor die nodig is voor een beginnersmodel is te herkennen aan de code 40 of 46, voorafgegaan of gevolgd door een aantal letters.
In de loop der jaren zijn de navolgende motoren als zeer goed, duurzaam en betrouwbaar uit de bus gekomen:

* O.S. Max 46 FXi
* Irvine 46 ABC MK III

Het zijn niet de goedkoopste motoren, maar ze hebben in het verleden bewezen dat je wel waar voor je geld krijgt. De Irvine is iets goedkoper als de O.S.
Max. Het is natuurlijk niet verboden om een goedkoper motortje te kopen,
maar de praktijk leert dat je daar mogelijk spijt van zal krijgen. De motor gaat overigenns jaren mee
Kom je er echt niet uit, vraag dan eens bij de club om meer informatie.

Het is teveel werk om alle verschillen hier uit te leggen. Let wel dat goedkoop ook hier snel duurkoop kan zijn.
Als de motor is uitgekozen en gekocht, moet deze nog bevestigd worden.
Ook hier moet je even opletten.
De motor moet namelijk iets voorover staan en iets naar rechts wijzen.
Op de tekening staat meestal wel aangegeven hoeveel graden die hoeken moeten zijn.
Gemiddeld staat een motor 3 graden voorover en 2 graden naar rechts.
Het vooroverstaan van de motor moet, om te voorkomen dat het model verschrikkelijk gaat klimmen.
De motor moet het model eigenlijk iets voorover trekken.
Het naar rechts plaatsen van de motor is ervoor om de naar links uitwerkende krachten van de motor te compenseren.

Zorg dat de motor voor de montage is ingelopen.
Hoe dit moet staat in de gebruiksaanwijzing van de motor. Je kunt ook naar de club komen als je daar hulp bij nodig hebt.

Heb je het model nog steeds open aan de voorzijde?.
Dan kunnen we nu de motor aan het motorspant bevestigen. Gebruik daarbij altijd zogenaamde "borgmoertjes". Ze zijn zo gemaakt dat ze niet makkelijk los trillen.

Om de slangetjes later naar de tank te krijgen moet meestal een gat in het midden van het motorspant gemaakt worden. Maak het in ieder geval zo groot, dat de 3 slangetjes er ruim doorheen kunnen. Ze mogen eigenlijk niet tegen het motorspant drukken. Je krijgt dan namelijk door trilling schuim in de slangen, met als gevolg dat de motor niet, of heel slecht loopt.

Als dit ook allemaal klaar is, moet eigenlijk de binnenkant van de romp,
waar later de tank inkomt, ingesmeerd worden met een twee componenten lak of een laagje epoxy lijm. Doe je dit niet, dan zal binnen korte tijd op die plaats de brandstof zijn verwoestende werk gaan doen en alles aanvreten. Let wel dat dit later moeilijk te herstellen is.


De Brandstoftank

Soms zit er in de bouwdoos al een tankje. Meestal echter niet en moet je die er los bij kopen. Een 4 cc motor gebruikt maar weinig brandstof. Laten we ervan uitgaan dat we streven naar een motorlooptijd van ongeveer 15 minuten. Dan zal je voor een 4 cc motor een tankje nodig hebben met een inhoud van 200-250 cc.
Beslist niet groter want dat kan weer problemen opleveren met de motor.
Een brandstoftank heeft altijd twee aansluitpunten. Soms ook drie punten.
Twee zijn altijd noodzakelijk. Er zal een slangetje naar de carburateur van de motor lopen, en er zal een slangetje naar de nippel op de uitlaat lopen. Deze laatste zorgt ervoor dat de uitlaatgassen de druk in de tank opvoeren. De motor heeft namelijk geen pomp. Met de druk in de tank stroomt de brandstof makkelijk naar de motor.
Een eventueel derde aansluiting is voor het vullen van de tank. Volg de instructies altijd op zoals die bij de aangekochte tank geleverd worden door de fabrikant.

Op basis van ervaringen is het raadzaam om de bijgeleverde klunk,
het verzwaarde buisje dat in de tank komt te zitten, door een viltklunk te vervangen.
Zo’n viltklunk zorgt ervoor dat er geen luchtbellen in de slangetjes komen.
Voordat de tank in de romp gebouwd wordt, moet deze omwikkeld worden met bubbeltjesplastic of een ander stuk schuimrubber dat de trillingen van de motor goed dempt. Hierdoor voorkom je schuimvorming in de tank door trillingen.
Als dit allemaal klaar is, raad ik weer aan om met de romp naar de club te gaan en die te laten inspecteren.
Is het niet goed, dan kan het nu nog makkelijk veranderd worden.
Zorg er verder voor dat de tank altijd toegankelijk blijft. Plak de romp rondom de tank dus nooit helemaal dicht. Zorg voor een afschroefbaar luikje.
Weet je niet hoe dit moet? Er is bij de club altijd wel iemand die je uitleg wil geven.


De Besturing

Feitelijk is het model nu ruwweg klaar en zou het bespannen kunnen worden.
Ik adviseer om daar toch nog even mee te wachten. Het is namelijk noodzakelijk om vooraf de besturing in te bouwen. Op de tekening is meestal wel aangegeven waar de servo’s geplaatst moeten worden. Voordat we hieraan kunnen beginnen, moeten we eerst een besturing kopen. Net als bij de motoren is ook hier van alles in te koop. Ook hier geldt meestal dat goedkoop duurkoop is.

Voor de besturing van een beginnersmodel heb je het volgende nodig:

* zender
* ontvanger
* zenderaccu
* ontvangeraccu
* servo’s (stuurmotoren voor de roeren en de gasregeling)

Het is beslist niet nodig om gelijk hele dure apparatuur te kopen.
Meestal kun je een complete set kopen waar al deze elementen al inzitten.
De gemiddelde prijs voor een goede beginnersset ligt zo rond de 300 honderd Euro.

Dit is natuurlijk een hoop geld, maar het is wel een van de belangrijkste dingen in de modelvliegsport en vergeet niet: een zender set gaat makkelijk 10 jaar mee. Een slecht werkende en goedkope zenderset kan al snel tot ongelukken leiden. En dan is alles kapot en moet je veel kosten maken om alles weer heel te krijgen.

De minimale eisen waaraan een zender moet voldoen zijn eigenlijk gering. Van belang is dat de zender in ieder geval 6 besturingskanalen heeft. 4 voor de basis functies en 2 extra voor later.

Gebruik nooit batterijen in een zender of bij een ontvanger. Vaak zijn bij de setjes zogenaamde batterijhouders geleverd. Ik adviseer om die met een grote boog in de vuilnisbak te gooien. Het nadeel van batterijhouders is dat de batterijen er los in zitten en makkelijk los trillen. Als dit gebeurt, is het model direkt stuurloos. Accu’s zijn de beste oplossing. Informeer eens bij de club wat het beste voor jouw apparatuur is. De zender moet voor Nederland van een goedgekeurd type zijn.

De laatste eis waaraan een zenderset moet voldoen, is dat het zendsignaal van het type 2,4Ghz of 35 mhz is. Dus koop geen 40 mhz of een andere soort.
Per 1 juli 1999 is de 35 mhz gereserveerd voor de modelvliegers. Heden ten dage is bijna alle nieuwe zendapparatuur 2,4 Ghz uitgevoerd . Dit is nagenoeg storingsloos en zenderbewaking is vrijwel overbodig.
Ik zal een aantal zender merken noemen die bewezen goed zijn.

* Futaba/Robbe  
* Graupner/JR
* Spectrum

Ook hier zeg ik. Informeer bij de club.
Laat je in ieder geval niet door een gladde verkoper van alles aansmeren.

Let wel op dat er bij een 35 Mhz zenderset kristallen (2) geleverd worden voor de zender en de ontvanger. Zonder die kristallen werkt het niet. Tegenwoordig zijn er ook zenders en ontvangers op de markt die zonder kristallen werken. Deze zogenoemde synthesizer setjes zijn wel wat duurder maar hebben het voordeel dat je ieder gewenst kanaal kunt instellen op je zender zonder dat je extra kosten moet maken voor een kristallen paar. (Ieder kanaal heeft zijn eigen kristal nodig en een kristal kost al gauw 12 euro p.st)

Let bij het inbouwen op de volgende punten.

* servo’s altijd met bijgeleverde rubbers en schroefjes bevestigen
* ontvangeraccu inpakken in bubbeltjesplastic of schuimrubber.
* voordat de stuurstangen vast gezet worden de servo in de middenstand zetten met de zender aan.
* wanneer kwiklinks gebruikt worden om de stuurstangen aan de servo’s en roeren te bevestigen, schuif dan een klein stukje
brandstofslang om de kwiklink om te voorkomen dat die openspringt. Er zijn veiligere oplossingen op de markt.
Informeer daarvoor bij de club.
* Roerhevels moeten altijd zo ingebouwd worden, dat deze altijd boven het scharnierende punt van het roer zitten.


Bekleden

Het soort bekleding dat het meest gebruikt wordt en ook het makkelijkst werkt, is een speciale folie. De eigenschappen hiervan zijn dat het plakt en wil krimpen. Het wordt aangebracht met een strijkboutje. De hitte zorgt dat het vastplakt en krimpt.
De folie die het meest gebruikt wordt is "Oracover" Het is te krijgen in enorm veel kleuren. De prijs ligt zo rond de 8 Euro per meter. Er zijn ook goedkopere varianten zoals "Solarfilm" Het nadeel hiervan is dat het lang zo sterk niet is, het laat makkelijk weer los en het gaat ribbelen als het model in de zon staat.

Bij het bekleden van het model maakt het niet veel uit in welke volgorde dit gebeurt. Zorg er in ieder geval wel voor dat een vleugel altijd eerst aan de onderkant gedaan wordt er daarna de bovenkant. Ook bij de romp van onderen naar boven werken. Knip de stroken ruim uit. Je kunt beter later iets wegsnijden dan dat het te kort is. Het krimpt immers.

Zorg er in ieder geval voor dat bij bekleden van de vleugel de folie niet de vleugel krom trekt. Een klein trucje daarbij is dat je de vleugel na het bespannen van de onderkant op een vlakke ondergrond onder druk vastlegt. Als dit klaar is dan de bovenzijde aanbrengen en opspannen. Het blijft moeilijk om te voorkomen dat alles krom trekt. Mocht het toch gebeuren, neem dan de vleugel even mee naar de club en vraag advies. Meestal is het euvel wel te verhelpen.

Zorg bij het bekleden van de romp dat de folie vooraan bij de motor goed vastzit.
De brandstof kruipt er anders onder en vreet het hout aan.

Brandstof

Als brandstof wordt Methanol gebruikt. Omdat de motoren zelf geen olievoorraad hebben, moet er mengsmering gebruikt worden. Ook hierin zijn meerdere mogelijkheden. Informeer vooraf bij de club wat er zoal te koop is.
Gebruik altijd een mengverhouding van 18-20 %.
Je ziet nu wel waarom ik het zo vaak aanhaalde om tijdens het bouwen regelmatig de zaak te laten controleren. Als bij de eindkeuring het model afgekeurd wordt zijn de problemen om het te herstellen vele malen groter en duurder. Voorkom teleurstelling en laat dit je niet overkomen. Wij weten allemaal dat beginners fouten maken. Daar leer je van en het is helemaal niet erg. Wij zijn zelf ook ooit zo begonnen en hebben daarvan geleerd.

Tot zover de uitleg en tips bij het bouwen. Heb je een goedgekeurde kist dan wordt het nu tijd om te vliegen.
Veldbenodigdheden

Naast alle zaken die nu besproken zijn heb je nog een aantal essentiële dingen nodig om te kunnen vliegen.

* startmotor
* 12 volt accu
* gloeiplugstekker
* 2 volt gloeiplugaccu
* brandstofpomp + tank
* acculader


Leren vliegen

De belangrijkste reden om voor het modelvliegen lid van een erkende club te worden is wel, dat men je daar gratis leert vliegen. Onder leiding van een aantal zeer ervaren instructeurs wordt jouw het vliegen met een model bijgebracht.
De instructeurs zijn in staat om stapje voor stapje jouw veilig te leren vliegen.
Neem maar aan dat het moeilijker is dan het lijkt, maar het is te leren door zowel jong als oud. Uiteraard heeft de een het sneller onder de knie dan de ander maar dat is met alles zo. De instructeurs begeleiden jouw tot aan het Brevet Examen.
Dit examen zal op de club door een tweetal examinatoren worden afgenomen.
Wanneer je slaagt, krijg je een Brevet en mag je "solo" vliegen. Als je het brevet gehaald hebt ben je in staat gebleken om het vliegtuig goed te beheersen, dat neemt niet weg dat je nog steeds veel moet en kunt leren om het vliegtuig tot in de perfectie te beheersen.
Als basis voor het brevet geldt dat je instaat moet zijn een modelvliegtuig veilig te laten starten, vliegen en landen.
Ook eventuele noodsituaties moet je beheersen.
Aan de hand van een vastgesteld programma worden jouw vaardigheden getoetst.

Bij RMVC Cumulus is er iedere zondag van 10:00 tot 12:00 lesvliegen o.l.v. ervaren instructeurs. Maar ook op andere dagen wanneer er gevlogen word kan je leden aanspreken en vragen of zij jou kunnen helpen

We zien je graag op het vliegveld bij RMVC Cumulus